INDEX

HOOFDSTUK 1
- Beginnen

HOOFDSTUK 2 - Bemesting
Wat bij wat?

HOOFDSTUK 3
Wat tegen
plagen en ziekten
in gewassen.

HOOFDSTUK 4
- Zaaien

HOOFDSTUK 5
De groentetuin van maand tot maand!

HOOFDSTUK 6
Groenten onder de loep

HOOFDSTUK 7
Een Engelse compostmethode.

HOOFDSTUK 8
Stekken en vermeerderen

TIPS
Tips van
lezers en adressen

 





.................................

DE GROENTETUIN

HOOFDSTUK 7 - Een Engelse compostmethode


EEN ENGELSE COMPOSTMETHODE EN DE VERHOUDING TUSSEN C & N.COMPOST_STARTERS_MESTHOOP ENZ.
C = CARBONICUM
N = NITROGENIUM
Plantaardig materiaal bestaat uit, voor het grootste deeltenminste , koolstof(carbon). De koolstof geeft de plant stevigheid, dus de hardste, stevigste delen bestaan grotendeels uit koolstof (stro, afgevallen blad en hout). De jonge plantendelen, jong gras en fris groen blad en sla enz, bevatten in verhouding minder koolstof, minder water en wat meer stikstof (N). De vlinderbloemigen (klaver, lupine, bonen en erwten enz.)bevatten nog meer stikstof dan andere planten. De bacterien en andere organismen, die voor de vertering van het materiaal zorgen, hebben voor hun groei ook stikstof nodig om het hoofdzakelijk uit koolstof bestaande materiaal te kunnen omzetten. Daarom is dus voor een goed verlopende vertering een bepaalde verhouding tussen de koolstof en de stikstof van het materiaal erg gunstig. Is er te weinig stikstof in de samenstelling, dan zal de vertering traag verlopen en bovendien wordt dan het eindproduct enigszins zuur en eveneens arm aan N. Is er vol-doende stikstof dan krijgt men een vlotte vertering en een goed voedzaam eindproduct. Is er teveel stikstof dan gaat dit verloren in de vorm van amoniak, wat goed is te ruiken als het vervluchtigd. Men moet goed letten opdat men de juiste materialen vermengd. Heeft men teveel oud en dor plantaardig afval, dan is het aan te raden om er dierlijke mest doorheen te werken, die altijd rijk is aan N. Heeft men daaraantegen dierlijke mest, waar weinig stro of ander C-rijk materiaal doorheen zit, dan is de kans op N-verlies erg groot en zal het dus goed zijn om er stroo-rijk plantaardig materiaal doorheen te mengen en tevens wat grond. De beste verhouding tussen koolstof en stikstof voor het uitgangsmateriaal waarvan de hoop wordt opgezet is 25 : 1. Terwijl het in de verteerde compost 15 - 20 : 1 moet zijn. Stro bevat slechts heel weinig N en heeft een C : N-verhouding van 50-100 : 1. Maar erwten en bonenstro(vlinderbloemigen) heeft 15 : 1. Dierlijke uitwerpselen hebben 14-16 : 1 en verse strorijke stalmest heeft een C : N-verhouding van 20-25 : 1. Natuurlijk is het bezwaarlijk het kool en stikstof-gehalte van het afvalmateriaal dat men wil gaan vercomposteren, te bepalen. Maar door ervaring en door het verteringsproces gade te slaan kan men te weten komen, of de C : N-verhouding te ruim of te nauw is. Hier volgt een lijstje van plantaardig materiaal met afnemend C-gehaltes. Papierafval; zaagsel; stro; gebruikt mulchmateriaal, droog blad; oud hooi ; verwelkte groene planten; vers onkruid; groente afval; jong gras; hooi van vlinderbloemigen; keukenafval.
N-rijke producten, om het stikstofgehalte van het compostmate-riaal te verhogen zijn:
Verse of gedroogde dierlijke mest; guano; bloedmeel; of gemalen en gedroogd vlees en beendermeel; hoornmeel; haar; vismeel; leerafval enz.

HET OPZETTEN VAN MESTHOPEN.
Onder een mesthoop wordt hier verstaan een hoop, die grotendeels uit met stro vermengde dierlijke mest bestaat. De grootte moet zodanig zijn dat er tot binnenin de hoop voldoende zuurstof aanwezig kan zijn om een aerobe omzetting te krijgen. Daarom zijn de maximale maten; 2m breed, lengte onbeperkt en 1.50m hoog. De vermenging is belangrijk. Als de mest en het stro in koeken en plukken onvermengd naastelkaar liggen, zal de vertering ook onregelmatig verlopen. Vermenging met wat goede, kruimelige aarde of doorgevroren bagger is altijd gunstig. De grond in de hoop zorgt n.l. voor meer lucht binnenin als het uitgangsmateriaal te nat was, maar omgekeerd als het tedroog was. Het moet grond zijn uit de bovenste teellaag. De hoeveelheid kan 5-10% van de hoeveelheid mest bedragen. Kluiten eruit halen, deze hebben geen werking. Bij stroorijke mest de hoop flink aantrappen, anders gaat de hoop schimmelen en broeien (te luchtig). Als de mest te compact is, goed met stro vermengen. Maak evt.luchtkanalen welke men 's winters dicht stopt met b.v. oude kranten. Ook kunt u luchtkokers van takkenbossen maken of van kippengaas.

PREPARATENPREPARAAT 502(duizendblad).
Ong. 21 juni bloeiend duizendblad plukken, en wel uitsluitendde bloemen, en laat deze slechts even drogen. Vervolgens perst men een of twee handen vol van de bloemen samen tot een bal, en doe dit geheel in een blaas van een stuk rood wild(edel-hert, reebok). De blaas moet afkomstig zijn van een mannelijk exemplaar, dus een bok. Dit geheel wordt op een zeer zonnige plaats gedurendede zomer opgehangen. Bij het begin van de zomer wordt de blaas ondiep in de grond begraven (plaats goed markeren). In het voorjaar kan het klare preparaat nu worden opgegraven, vergaan tot een humeuze massa.

PREPARAAT 503 (kamille)
Kamille bloemen plukken en kort drogen. Vervolgens samengeperst tot een bal en in een runderdarm gedaan. Men maakt er eigenlijk een soort worstjes van. Deze worden tot de winter bewaard en in de winter ingegraven, ondiep, in een liefst humusrijke grond. De plaats waar men het preparaat ingraaft, moet goed aangegeven zijn en moet liefst zo gesitueerd zijn, dat de sneeuw in de winter er lang blijft liggen, terwijl de zon er toch goed op kan schijnen (open stukken zijn hiervoor het meest geschikt). In het voorjaar het kant en klare preparaat opgraven.

PREPARAAT 504 (brandnetel)
Men maait bloeiende brandnetels af, bindt hen in bundels en graaft deze in. Rondom de ingegraven bundels pakt men wat turfmolm, zodat de brandnetels niet in direct contact met de bodem staan. Voor het ingraven laat men de massa even verwelken. De plaats waar brandnetelpreparaat wordt ingegraven moet zeer goed worden aangegeven, want het is moeilijk terug te vinden bij het uitgraven. Als men trouwens wat grond mee uitgraaft, is dat geen ramp. Dit geheel blijft een jaar lang in de grond, voor het opgegraven wordt.

PREPARAAT 505 (eikebast preparaat)
Men snijdt wat buitenste bast van de eik en hakt deze fijn, welliswaar niet tot poeder, maar tot kleine brokjes. Vervolgens neemt men een schedel van een rund of schaap, geit, varken, paard of eienlijk alle huisdieren. De schedel mag niet uitgekookt zijn, kan echter schoon gemaakt worden met water als hij een tijdje in de composthoop heeftgelegen. De schedelholte wordt nu gevuld met eikebast. Met een propje klei wordt deze afgesloten. Men doet dit geheel in een kistje waarbij de schedel in een bedje van slijk komt te liggen, ontstaan uit plantaardigafval(b.v. uit de sloot). Dit kistje wordt zodanig onder een regenpijp opgesteld, dat voortdurend water van regen, of sneeuw in en uit kan stromen. De schedel blijft zo herfst en winter staan, waarna men in het voorjaar het klare preparaat uit de schedel haalt.

PREPARAAT 506(valeriaan)
Hiervoor worden eenvoudig de bloemen van de valeriaan uitgeperst, waarna het sap in flessen in een donkere en vorstvrije maar koele ruimte wordt bewaard. De overige preparaten kunnen het beste bewaard worden in aardwerken potjes, omgeven met goede humusgrond en beschermd tegen regen, vorst en vraat van dieren. Af en toe begieten met lauwwarm regenwater om de zaak vochtig te houden (maar niet nat). Meestal worden de preparaten in de gaten in de mest of composthoop gedaan. Dit wil wel eens lastig zijn, vooral als men ze nodig heeft als starter. Te gebruiken bij humuscompost met broeimethode en toevoeging van kompoststarter. Daarom kan men alle preparaten samenvoegen tot 1 preparaat en wel op twee manieren. Een goede manier is, om wat verse koemest zonder stro met regenwater tot een gier te roeren, waar men de preparaten (behalve het valeriaan) aan toevoegt. Deze gier blijft voor gebruik een paar dagen staan en kan als starter over lagen kompost worden gesprenkeld met een stoffer. Valeriaan oplossen; van 5cc. op 10 liter handwarm regenwaterper 10 kub.meter kompost.

PREPARATEN ZUINIG GEBRUIKEN \DE ENGELSE KOMPOSTMETHODE

De quick return-homofix-methode.
Gebruikt door Engelse boeren.
Het belangrijkste zijn hier kruidenpreparaten welke een vereenvoudigde versie vormen van de biologische dynamische preparaten en bestaan uit; Kamille, paardebloem, valeriaan, duizend blad, brandnetel en pure honing. Deze worden in een zeer hoge verdunning van 1:1000 met regen-water aan de kompost toegevoegd.
Volgens Bruce (een vrouw die deze methode ontwikkelde), berust de activering op straling. Het preparaat noemt zij activator. Van het humofix preparaat wordt ca 1 gr. opgelost in 1/2 liter regenwater, voor 2 kubike meter kompost.
Recept; de genoemde kruiden verzamelen en drogen of gedroogt gekocht en tot poeder gewreven. Elk kruid wordt daarna in luchtdichte bussen bewaard. Men gebruikt het hele kruid, dus wortel, stengel, blad enbloem. Desnoods slechts 1 van deze.
Eikebast wordt van de boom gesneden(buitenbast) en tot poedergemalen of gewreven. 1 druppel honing wordt op een afgestreken koffielepel melksuiker gemengd. Van deze zeven poeders mengt men in gelijke delen, tot men een poeder heeft verkregen. Van dit poeder doet men een afgestreken koffielepel in een fles met 1/2 liter regenwater, goed schudden en 24 uur laten staan voor gebruik. De activator is ongeveer drie weken houdbaar. Elke keer voor gebruik goed schudden.
Een composthoop van twee kubike meter wordt als volgt geprepareerd;
Op een afstand van 30 - 60cm. van elkaar stoot men loodrechte gaten in de hoop tot op 15 cm van de bodem ervan. In elk gat komen zes eetlepels activator, waarna de gaten met grond worden opgevuld, welke men weer aanstampt, zodat de gaten niet als ontluchtingsgaten dienen. Men moet de hoop prepareren kort nadat men hem heeft opgezet.
Op een hoop van 50 x 50cm komen drie gaten, op 1 x 1m. vijf gaten, op 2 x 2m. zeven gaten.
De grootte van de hoop buiten in de open lucht is 1 - 1,5 in het vierkant, 1m hoog en afgedekt.
In lagen van 10 cm opzetten en week en hard materiaal afwisselen.
Deze lagen weer afwisselen met mest. Elke laag wordt ingepoederd met kalk.
De bovenste laag wordt tenslotte afgedekt. De temperatuur moet tot ca 80 graden Celcius oplopen. De hoop slinkt snel en verteerd dus ook snel. Van tijd tot tijd giet men met gier. Strooi gemalen houtskool op de plaats waar de hoop komt testaan. Dit hele proces hoeft maar 4 tot 5 weken te duren en is dan gebruiksklaar. Omzetten is niet nodig.
Voor als het broeiproces niet op gang komt;
a) de hoop begieten met 5 liter gier.
b) de hoop los maken.
c) de hoop opnieuw opzetten met preparaten.
d) nog een paar weken wachten.
Van alle kruiden zijn duizendblad en brandnetel hierbij de belangrijkste.

Voor de kinderen:
Proef met chlorofielvorming.
Een groen blad is groen omdat er in het blad chlorofiel is gevormd.
Daarmee gaan we een proef doen!
Je neemt een plant met groene bladeren, plaats deze in het zonlicht nadat je een figuurtje dat je hebt geknipt van alluminium-folie of papier welke geen licht door laat, op een blad legt.
Een ander blad , liefst er vlak naast, dekken we juist niet af!
Na 8 uur haal je die twee bladeren van de plant en laat deze door je vader of moeder in kokend water dompelen.
Op dat moment worden de cellen in de bladeren vernietigd.
Dompel daarna de bladeren in spiritus... en zie het grappige verschil tussen de twee bladeren.

Naar boven