|
|
................................. |
DE
GROENTETUIN
HOOFDSTUK
7 - Een Engelse compostmethode

EEN ENGELSE COMPOSTMETHODE
EN DE VERHOUDING TUSSEN C & N.COMPOST_STARTERS_MESTHOOP ENZ.
C = CARBONICUM
N = NITROGENIUM
Plantaardig materiaal bestaat uit, voor het grootste deeltenminste , koolstof(carbon).
De koolstof geeft de plant stevigheid, dus de hardste, stevigste delen
bestaan grotendeels uit koolstof (stro, afgevallen blad en hout). De jonge
plantendelen, jong gras en fris groen blad en sla enz, bevatten in verhouding
minder koolstof, minder water en wat meer stikstof (N). De vlinderbloemigen
(klaver, lupine, bonen en erwten enz.)bevatten nog meer stikstof dan andere
planten. De bacterien en andere organismen, die voor de vertering van
het materiaal zorgen, hebben voor hun groei ook stikstof nodig om het
hoofdzakelijk uit koolstof bestaande materiaal te kunnen omzetten. Daarom
is dus voor een goed verlopende vertering een bepaalde verhouding tussen
de koolstof en de stikstof van het materiaal erg gunstig. Is er te weinig
stikstof in de samenstelling, dan zal de vertering traag verlopen en bovendien
wordt dan het eindproduct enigszins zuur en eveneens arm aan N. Is er
vol-doende stikstof dan krijgt men een vlotte vertering en een goed voedzaam
eindproduct. Is er teveel stikstof dan gaat dit verloren in de vorm van
amoniak, wat goed is te ruiken als het vervluchtigd. Men moet goed letten
opdat men de juiste materialen vermengd. Heeft men teveel oud en dor plantaardig
afval, dan is het aan te raden om er dierlijke mest doorheen te werken,
die altijd rijk is aan N. Heeft men daaraantegen dierlijke mest, waar
weinig stro of ander C-rijk materiaal doorheen zit, dan is de kans op
N-verlies erg groot en zal het dus goed zijn om er stroo-rijk plantaardig
materiaal doorheen te mengen en tevens wat grond. De beste verhouding
tussen koolstof en stikstof voor het uitgangsmateriaal waarvan de hoop
wordt opgezet is 25 : 1. Terwijl het in de verteerde compost 15 - 20 :
1 moet zijn. Stro bevat slechts heel weinig N en heeft een C : N-verhouding
van 50-100 : 1. Maar erwten en bonenstro(vlinderbloemigen) heeft 15 :
1. Dierlijke uitwerpselen hebben 14-16 : 1 en verse strorijke stalmest
heeft een C : N-verhouding van 20-25 : 1. Natuurlijk is het bezwaarlijk
het kool en stikstof-gehalte van het afvalmateriaal dat men wil gaan vercomposteren,
te bepalen. Maar door ervaring en door het verteringsproces gade te slaan
kan men te weten komen, of de C : N-verhouding te ruim of te nauw is.
Hier volgt een lijstje van plantaardig materiaal met afnemend C-gehaltes.
Papierafval; zaagsel; stro; gebruikt mulchmateriaal, droog blad; oud hooi
; verwelkte groene planten; vers onkruid; groente afval; jong gras; hooi
van vlinderbloemigen; keukenafval.
N-rijke producten, om het stikstofgehalte van het
compostmate-riaal te verhogen zijn:
Verse of gedroogde dierlijke mest; guano; bloedmeel; of gemalen en gedroogd
vlees en beendermeel; hoornmeel; haar; vismeel; leerafval enz.
HET OPZETTEN VAN MESTHOPEN.
Onder een mesthoop wordt hier verstaan een hoop, die grotendeels uit met
stro vermengde dierlijke mest bestaat. De grootte moet zodanig zijn dat
er tot binnenin de hoop voldoende zuurstof aanwezig kan zijn om een aerobe
omzetting te krijgen. Daarom zijn de maximale maten; 2m breed, lengte
onbeperkt en 1.50m hoog. De vermenging is belangrijk. Als de mest en het
stro in koeken en plukken onvermengd naastelkaar liggen, zal de vertering
ook onregelmatig verlopen. Vermenging met wat goede, kruimelige aarde
of doorgevroren bagger is altijd gunstig. De grond in de hoop zorgt n.l.
voor meer lucht binnenin als het uitgangsmateriaal te nat was, maar omgekeerd
als het tedroog was. Het moet grond zijn uit de bovenste teellaag. De
hoeveelheid kan 5-10% van de hoeveelheid mest bedragen. Kluiten eruit
halen, deze hebben geen werking. Bij stroorijke mest de hoop flink aantrappen,
anders gaat de hoop schimmelen en broeien (te luchtig). Als de mest te
compact is, goed met stro vermengen. Maak evt.luchtkanalen welke men 's
winters dicht stopt met b.v. oude kranten. Ook kunt u luchtkokers van
takkenbossen maken of van kippengaas.
PREPARATENPREPARAAT 502(duizendblad).
Ong. 21 juni bloeiend duizendblad plukken, en wel uitsluitendde bloemen,
en laat deze slechts even drogen. Vervolgens perst men een of twee handen
vol van de bloemen samen tot een bal, en doe dit geheel in een blaas van
een stuk rood wild(edel-hert, reebok). De blaas moet afkomstig zijn van
een mannelijk exemplaar, dus een bok. Dit geheel wordt op een zeer zonnige
plaats gedurendede zomer opgehangen. Bij het begin van de zomer wordt
de blaas ondiep in de grond begraven (plaats goed markeren). In het voorjaar
kan het klare preparaat nu worden opgegraven, vergaan tot een humeuze
massa.
PREPARAAT 503 (kamille)
Kamille bloemen plukken en kort drogen. Vervolgens samengeperst tot een
bal en in een runderdarm gedaan. Men maakt er eigenlijk een soort worstjes
van. Deze worden tot de winter bewaard en in de winter ingegraven, ondiep,
in een liefst humusrijke grond. De plaats waar men het preparaat ingraaft,
moet goed aangegeven zijn en moet liefst zo gesitueerd zijn, dat de sneeuw
in de winter er lang blijft liggen, terwijl de zon er toch goed op kan
schijnen (open stukken zijn hiervoor het meest geschikt). In het voorjaar
het kant en klare preparaat opgraven.
PREPARAAT 504 (brandnetel)
Men maait bloeiende brandnetels af, bindt hen in bundels en graaft deze
in. Rondom de ingegraven bundels pakt men wat turfmolm, zodat de brandnetels
niet in direct contact met de bodem staan. Voor het ingraven laat men
de massa even verwelken. De plaats waar brandnetelpreparaat wordt ingegraven
moet zeer goed worden aangegeven, want het is moeilijk terug te vinden
bij het uitgraven. Als men trouwens wat grond mee uitgraaft, is dat geen
ramp. Dit geheel blijft een jaar lang in de grond, voor het opgegraven
wordt.
PREPARAAT 505 (eikebast preparaat)
Men snijdt wat buitenste bast van de eik en hakt deze fijn, welliswaar
niet tot poeder, maar tot kleine brokjes. Vervolgens neemt men een schedel
van een rund of schaap, geit, varken, paard of eienlijk alle huisdieren.
De schedel mag niet uitgekookt zijn, kan echter schoon gemaakt worden
met water als hij een tijdje in de composthoop heeftgelegen. De schedelholte
wordt nu gevuld met eikebast. Met een propje klei wordt deze afgesloten.
Men doet dit geheel in een kistje waarbij de schedel in een bedje van
slijk komt te liggen, ontstaan uit plantaardigafval(b.v. uit de sloot).
Dit kistje wordt zodanig onder een regenpijp opgesteld, dat voortdurend
water van regen, of sneeuw in en uit kan stromen. De schedel blijft zo
herfst en winter staan, waarna men in het voorjaar het klare preparaat
uit de schedel haalt.
PREPARAAT 506(valeriaan)
Hiervoor worden eenvoudig de bloemen van de valeriaan uitgeperst, waarna
het sap in flessen in een donkere en vorstvrije maar koele ruimte wordt
bewaard. De overige preparaten kunnen het beste bewaard worden in aardwerken
potjes, omgeven met goede humusgrond en beschermd tegen regen, vorst en
vraat van dieren. Af en toe begieten met lauwwarm regenwater om de zaak
vochtig te houden (maar niet nat). Meestal worden de preparaten in de
gaten in de mest of composthoop gedaan. Dit wil wel eens lastig zijn,
vooral als men ze nodig heeft als starter. Te gebruiken bij humuscompost
met broeimethode en toevoeging van kompoststarter. Daarom kan men alle
preparaten samenvoegen tot 1 preparaat en wel op twee manieren. Een goede
manier is, om wat verse koemest zonder stro met regenwater tot een gier
te roeren, waar men de preparaten (behalve het valeriaan) aan toevoegt.
Deze gier blijft voor gebruik een paar dagen staan en kan als starter
over lagen kompost worden gesprenkeld met een stoffer.
Valeriaan oplossen; van 5cc. op 10 liter handwarm regenwaterper 10 kub.meter
kompost.
PREPARATEN ZUINIG GEBRUIKEN \DE ENGELSE KOMPOSTMETHODE
De quick return-homofix-methode.
Gebruikt door Engelse boeren.
Het belangrijkste zijn hier kruidenpreparaten welke een vereenvoudigde
versie vormen van de biologische dynamische preparaten en bestaan uit;
Kamille, paardebloem, valeriaan, duizend blad, brandnetel en pure honing.
Deze worden in een zeer hoge verdunning van 1:1000 met regen-water aan
de kompost toegevoegd.
Volgens Bruce (een vrouw die deze methode ontwikkelde), berust de activering
op straling. Het preparaat noemt zij activator. Van het humofix preparaat
wordt ca 1 gr. opgelost in 1/2 liter regenwater, voor 2 kubike meter kompost.
Recept; de genoemde kruiden verzamelen en drogen of gedroogt gekocht
en tot poeder gewreven. Elk kruid wordt daarna in luchtdichte bussen bewaard.
Men gebruikt het hele kruid, dus wortel, stengel, blad enbloem. Desnoods
slechts 1 van deze.
Eikebast wordt van de boom gesneden(buitenbast) en tot poedergemalen of
gewreven. 1 druppel honing wordt op een afgestreken koffielepel melksuiker
gemengd. Van deze zeven poeders mengt men in gelijke delen, tot men een
poeder heeft verkregen. Van dit poeder doet men een afgestreken koffielepel
in een fles met 1/2 liter regenwater, goed schudden en 24 uur laten staan
voor gebruik. De activator is ongeveer drie weken houdbaar. Elke keer
voor gebruik goed schudden.
Een composthoop van twee kubike meter wordt als volgt geprepareerd;
Op een afstand van 30 - 60cm. van elkaar stoot men loodrechte gaten in
de hoop tot op 15 cm van de bodem ervan. In elk gat komen zes eetlepels
activator, waarna de gaten met grond worden opgevuld, welke men weer aanstampt,
zodat de gaten niet als ontluchtingsgaten dienen. Men moet de hoop prepareren
kort nadat men hem heeft opgezet.
Op een hoop van 50 x 50cm komen drie gaten, op 1 x 1m. vijf gaten, op
2 x 2m. zeven gaten.
De grootte van de hoop buiten in de open lucht is 1 - 1,5 in het vierkant,
1m hoog en afgedekt.
In lagen van 10 cm opzetten en week en hard materiaal afwisselen.
Deze lagen weer afwisselen met mest. Elke laag wordt ingepoederd met kalk.
De bovenste laag wordt tenslotte afgedekt. De temperatuur moet tot ca
80 graden Celcius oplopen. De hoop slinkt snel en verteerd dus ook snel.
Van tijd tot tijd giet men met gier. Strooi gemalen houtskool op de plaats
waar de hoop komt testaan. Dit hele proces hoeft maar 4 tot 5 weken te
duren en is dan gebruiksklaar. Omzetten is niet nodig.
Voor als het broeiproces niet op gang komt;
a) de hoop begieten met 5 liter gier.
b) de hoop los maken.
c) de hoop opnieuw opzetten met preparaten.
d) nog een paar weken wachten.
Van alle kruiden zijn duizendblad en brandnetel hierbij de belangrijkste.

Voor de kinderen:
Proef met chlorofielvorming.
Een groen blad is groen omdat er in het blad chlorofiel is gevormd.
Daarmee gaan we een proef doen!
Je neemt een plant met groene bladeren, plaats deze in het zonlicht nadat
je een figuurtje dat je hebt geknipt van alluminium-folie of papier welke
geen licht door laat, op een blad legt.
Een ander blad , liefst er vlak naast, dekken we juist niet af!
Na 8 uur haal je die twee bladeren van de plant en laat deze door je vader
of moeder in kokend water dompelen.
Op dat moment worden de cellen in de bladeren vernietigd.
Dompel daarna de bladeren in spiritus... en zie het grappige verschil
tussen de twee bladeren.
Naar boven
|
|