|
................................. |
DE
GROENTENTUIN GRONDBEWERKING NA DE OOGST IN DE HERFST. BOERENKOOL; Geen byzonderheden. Doen het bijna altijd goed. BONEN; Geen mest, wel veel zaagsel door de oppervlakte. BRUINE BONEN; Zaagsel en kompost. CHINESE KOOL; Goed komposteren DOPERWTEN; Ze kunnen niet tegen een lage P.H. De grond wat bekalken en goed komposteren kan helpen. Absoluut niet bemesten. KOOLRAAP; Geen mest wel kompost KROOT(rode bietjes); Geen verse mest, wel kompost. MAIS; Mest boven op de grond. PRIJ; Het liefst waar bonen hebben gestaan. Ze stellen hoge eisen aan de grond. Mest en compost op de grond strooien. RABARBER; Mest in het najaar strooien. RADIJS; Absoluut geen mest, goed als nateelt van vroege groente. RODE KOOL; Kompost in het kuiltje. SJALOT; Mest tussen de rijen. SPINAZIE; Op de vochtige voedzame grond, dus kompost. SPITSKOOL; Compost in het kuiltje. SPRUITKOOL; Plaatsen tussen gewas wat in de loop van de zomer verdwijnt. TOMAAT; Evt. op broeimest. 5 cm aarde tussen wortels en mest. TUINBONEN; Na het zaaien mest strooien. Alleen toppen als men vroeger bonen wilt hebben of als er luis in komt. UIEN; Organische mest over de grond. WITLOF; Geen byzonderheden hier. (zie beschrijving witlof) WITTE KOOL; Als bloemkool en rode kool. WORTELEN; Absoluut geen mest.
Niet zaaien waar het jaar ervoor ook wortelen hebben gestaan of in de
buurt ervan. De grond niet vantevoren losmaken. Strooi tijdens het zaaien
wel wat houtas mee.
|