INDEX

HOOFDSTUK 1 - Beginnen

HOOFDSTUK 2 - Bemesting
Wat bij wat?

HOOFDSTUK 3
Wat tegen
plagen en ziekten
in gewassen.


HOOFDSTUK 4
- Zaaien

HOOFDSTUK 5
De groentetuin van maand tot maand!

HOOFDSTUK 6
Groenten onder de loep

HOOFDSTUK 7
Een Engelse compostmethode.

HOOFDSTUK 8
Stekken en vermeerderen

TIPS
Tips van
lezers en adressen

 





.................................

DE GROENTENTUIN


HOOFDSTUK 2 - Bemesting - Grondbewerking - Wat bij wat?



GRONDBEWERKING NA DE OOGST IN DE HERFST.
Eerst wat zaagsel strooien dan organische mest. U gebruikt ongeveer 1 kruiwagen per 10 vierkante meter. Op die mest doet u eventueel wat slootmodder uit een gezonde sloot. Hierna dekt u alles af met kroos of stro.
Niet op de grond; Gedroogde organische mest of zaagsel van hardhout.
Op de komposthoop; Tomatenloof, afrikanen, elzen, hazelaar, berken en rijshout.
Organische mest, brandnetels, stro, klei, groenteafval, thee-bladen, koffiedik, bloedmeel, beendermeel, Maerl (zeealgenkalk en magnesium).
Wat beslist niet op de komposthoop mag; Brood, gekookt afval, sinaasappelschillen of schillen van gepoeierde aardappels en kunststoffen. Ook wordt wel groenbemester gebruikt als bedekking in de winter, om in het voorjaar ondergespit te worden. Maar omdat er met mijn werkmethode niet gespit mag worden moet het materiaal in het voorjaar gerooid worden en gebruikt voor de komposthoop. Als men de juiste groenbemester gebruikt kan het veel stikstof in de grond brengen. Ook houdt het de grond goed afgedekt. Als groenbemester wordt meestal lupine en borage gebruikt. Maar in principe zijn alle vlinderbloemigen geschikt.




WAT MOET ER BIJ WAT ? WAAR WEL OF GEEN MEST?

AARDAPPELS; Compost in de voor of later bovenop.

AARDBEIEN; Geen mest, wel houtskool of houtas en kompost uit het bos.

ANDIJVIE; Heeft veel stikstof nodig dus goed komposteren. Doe er ook wat oude mest bij.

BLOEMKOOL; Organische mest(oude) in de plantgaten. De wortels mogen niet in direct contact komen met de mest. Doe er dus wat aarde tussen.

BOERENKOOL; Geen byzonderheden. Doen het bijna altijd goed.

BONEN; Geen mest, wel veel zaagsel door de oppervlakte.

BRUINE BONEN; Zaagsel en kompost.

CHINESE KOOL; Goed komposteren

DOPERWTEN; Ze kunnen niet tegen een lage P.H. De grond wat bekalken en goed komposteren kan helpen. Absoluut niet bemesten.

KOOLRAAP; Geen mest wel kompost

KROOT(rode bietjes); Geen verse mest, wel kompost.

MAIS; Mest boven op de grond.

PRIJ; Het liefst waar bonen hebben gestaan. Ze stellen hoge eisen aan de grond. Mest en compost op de grond strooien.

RABARBER; Mest in het najaar strooien.

RADIJS; Absoluut geen mest, goed als nateelt van vroege groente.

RODE KOOL; Kompost in het kuiltje.

SJALOT; Mest tussen de rijen.

SPINAZIE; Op de vochtige voedzame grond, dus kompost.

SPITSKOOL; Compost in het kuiltje.

SPRUITKOOL; Plaatsen tussen gewas wat in de loop van de zomer verdwijnt.

TOMAAT; Evt. op broeimest. 5 cm aarde tussen wortels en mest.

TUINBONEN; Na het zaaien mest strooien. Alleen toppen als men vroeger bonen wilt hebben of als er luis in komt.

UIEN; Organische mest over de grond.

WITLOF; Geen byzonderheden hier. (zie beschrijving witlof)

WITTE KOOL; Als bloemkool en rode kool.

WORTELEN; Absoluut geen mest. Niet zaaien waar het jaar ervoor ook wortelen hebben gestaan of in de buurt ervan. De grond niet vantevoren losmaken. Strooi tijdens het zaaien wel wat houtas mee.

Naar boven