INDEX

HOOFDSTUK 1 - Beginnen

HOOFDSTUK 2 - Bemesting
Wat bij wat?

HOOFDSTUK 3
Wat tegen
plagen en ziekten
in gewassen.


HOOFDSTUK 4
- Zaaien

HOOFDSTUK 5
De groentetuin van maand tot maand!

HOOFDSTUK 6
Groenten onder de loep

HOOFDSTUK 7
Een Engelse compostmethode.

HOOFDSTUK 8
Stekken en vermeerderen

TIPS
Tips van
lezers





.................................


DE GROENTETUIN


HOOFDSTUK 6 - Groenten onder de loep genomen!


GROENTEN Wat en Hoe!
Aardappelen;
Aardappelen zijn vroeger als men ze laat voorkiemen. Maar dan wel voorzichtig poten met de kiemen omhoog (ze breken dansnel af).
Dit voorkiemen doet u in kistjes met zand of kompost.
Als u aan de late kant bent, b.v. in mei, dan moet u de aardappels eerst een halve dag in een emmer water laten staan.
Poten doen we gewoonlijk tussen half en eind maart (vroege).
De onderlinge afstand is 40 bij 40 cm. Deze afstand komt ongeveer overeen met vijf poters per 1 vierkante meter, ofwel drie kilo per 10 vierkante meter.
Voor het poten eerst 5 cm kompost in het kuiltje.
We poten de pootaardappels op 15 cm diepte.
Verder vullen we ze weer aan met kompost.
Zodra ze opkomen onkruid schoffelen en aanaarden tegen nachtvorst.
Als er geen nachtvorst meer is zetten we afrikaantjes tussen de rijen tegen aaltjes.
Afrikaantjes hebben tevens nog een ontsmettende werking in de grond.
Op de hoeken kunt u tegen de aardappelziekte mirikswortel of hennep zetten.
Als u van grote aardappels houdt strooi dan flink wat houtas over de akker en neem niet te grote poters. Aardappelen doen het ook goed samen met bonen en erwten.
B.v. drie rijen aardappels met twee rijen bonen.
Aardappels doen het ook goed met kroten(rode bieten) of mais.
Met kummelplanten er naast wordt de smaak een stuk beter.
Nooit twee jaar op dezelfde plaats aardappels verbouwen (behalve als er met heel veel kompost wordt gewerkt).
Liefst pas na drie jaar terug komen met aardappels op de zelfde plaats.
Als u de aardappels gepoot heeft, is nog wat oude koemest strooien prima, maar doe dat dan wel voor het aanaarden.
Strooi nooit kalk op de plaats waar u aardappels teelt in het jaar ervoor of tijdens de teelt.
Als het loof bijna is afgestorven kunt u gaan oogsten.
Half oktober moet alles gerooid zijn.
De gerooide aardappels eerst zeven dagen bij 20 graden Celcius laten drogen. Daarna naar een vorstvrije maar donkere kelder brengen waar de temperatuur liefst niet boven de zeven graden Celcius komt.
Tegen teveel uitdrogen zet u in de buurt van de aardappels een schaal met water met daarin wat zout opgelost tegen bederf van het water.
Rijpe appelen in de buurt remt het kiemen van de aardappels.
U kunt zelf uw pootmateriaal voor het volgende jaar overhouden door na de bloei het loof af te halen van de betreffende aardappels en deze na te laten rijpen in de grond.
Gebruik nu geen kiemremmende vergiften (wat zeker af te raden is i.v.m. onze gezondheid). Verder precies behandelen als voorgaande met de bewaaraardappels.

INKUILEN
Grote hoeveelheden aardappels slaat u op in een hoop. Maak deze hoop op een beschutte plaats, b.v. aan de zuidkant van een schutting of haag. Neem hiervoor liefst een wat hooggelegen plaats. Bedek de plaats met een 25 cm dikke laag slakken of sintels. Daarna kunt u de hoop gaan opbouwen. Eerst de aardappels op een hoop leggen en direct afdekken met een laag stro. Als de kans op vorst groot is, dekt u de hoop af met een laag aarde van 10 cm dik. Zorg wel dat er een geul voor het regenwater rondom de hoop is. Doe tegen woelratten en muizen pitten van zonnebloemen en bollen van narcissen tussen de te bewaren groenten (als u wortelen opslaat ook wat loof van afrikaantjes en oostindischekers tussen de wordtelen strooien).

Maten; Breedte --- 1.20 m, hoogte --- 1.20 m, lengte --- afhankelijk van de hoeveelheid.
Dikte van de laag stro --- 15 cm. Dikte van de laag aarde -- 10 cm. Open nooit de hoop tijdens vorst. Fruit en uien kunt u nietinkuilen.

AALBES;
Zet de struik op een beschutte plaats. In de natuur staan ze aan de bosrand. Ze hebben een vrij grote behoefte aan water en humus. Men kan hieraan voldoen door elk jaar veel hout en bladafval onder de struik aan te brengen zodat tevens de grond afgedekt is tegen uitdrogen. In verband met een goede kruisbestuiving is het gewenst om meerdere rassen aan te planten. Het onkruid moet men onder de struik steeds weg halen met wortel en al. Nooit met de schoffel te werk gaan omdat de struik erg oppervlakkig wortelt. Dus verwijder het onkruid met de hand. Vermeerderen kan door scheuren en in het najaar verplanten. Ook is het mogelijk om af te leggen door met een tentharing een lage tak onder de aarde te houden totdat deze wortels maakt. Tweejarig snoeihout laat zich ook gemakkelijk stekken. Bescherm de struik wel tegen vogelvraat met gaas , gebruik geen netten. In netten kunnen vogels vast blijven zitten, wat ook weer niet de bedoeling is. Zwakke en teveel aan takken snoeien we weg. De kleinere zijtakken snoeien we in, maar laat wel een paar oogjes staan voor vruchthout. Oude takken helemaal wegsnoeien. Nieuwe scheuten laten we tot ontwikkeling komen. Snoei altijd bij vorstvrij weer en als de bladeren er af zijn.
Andijvie;
Teelt mogelijk van mei tot december. Er is zomer en winterteelt.
Zaai deze nooit onder de 10 graden Celcius omdat de plantjes dan meteen zullen doorschieten en geen krop vormen. Veel tuinders kopen in het voorafgaande jaar al zaad omdat de andijvie dan minder snel doorschiet. Door de krop met raffia dicht te binden wordt deze zacht en geel. Planten of uitplanten doet men laat op de dag om uitdrogen tegen te gaan. Oogsten doet men vroeg op de dag, zeker wanneer we willen invriezen. Dit geldt voor alle andere gewassen natuurlijk ook.


Aardbeien;
Gebruik veel houtas en zaagsel tussen de planten.
Strooi nog meer zaagsel onder de vruchten tegen rot.
Als u planten zet eerst komposteren.
Bemest de planten nooit.
Plantafstand is 30 bij 40 cm.
Een goede combinatie is aardbeien bij sla, uien, bonen, spina-zie en vooral bernagie.

Augurken;
De augurk heeft een grote vochtbehoefte en is op elke grond te telen.
Graaf een laag van 10 cm uit en vul deze schopbrede geul op met organische mest.
Doe nu de weggegraven aarde terug op de oude plaats.
Zo ontstaat er een broeiheuveltje.
Wel een beschutte plaats uitzoeken.
Maak in het midden van het heuveltje een geultje van 2 cm diep.
Zaai hierin om de 15 cm een zaadje.
Uitdunnen als ze 10 cm hoog zijn op 45 cm. Dus de sterkste houdt u.
Tussenteelt; radijs, sla, andijvie of spinazie.
Knijp boven het vierde blad de kop uit. Leg de scheuten naar vier uit elkaar liggende hoeken. Hierna uit de scheuten de derde knop knijpen. Zo doorgaan tot het bed gevuld is.
Augurken hebben bestuiving nodig.
Spuit daarom suiker opgelost in water over de bloemen (in de verhouding 1 : 1).
Door veel klein te plukken vergroot u de productie.
De bladeren niet in het nat laten liggen.

Appels;
Appelbomen houden van een voedzame en niet te vochtige bodem.
Ze hebben een hekel aan drassigheid.
De appelboom in diepe niet koude ofnatte grond planten.
De grond moet kalkhoudend zijn. Doe in elk geval eerst een paar kalkstenen in het plantgat waardoor de boom tevens stormvast komt te staan. Het P.H.gehalte moet ongeveer 7 of 8 zijn.
De Males Liset dient als bestuiver voor alle appelrassen.
De appel voldoet het best in de nabijheid van een bos of bomenrijk gebied. Daar is de beste beschutting voor de appel welke deze hardnodig heeft.
Geef elk jaar een ruime kompostgift op de boomspiegel, dus nooit tussen de wortels graven.
Dek hierna de boomspiegel af met afgemaaid gras of kort stro.
De entplaats moet 10 cm boven de grond blijven.
Het sterkst zijn de hoogstamsoorten.
De boomspiegel wel vrij van gras houden.
Zet tegen woelratten narcissen zo dicht mogelijk bij de stam.
Snoeien s'winters bij vorstvrij weer. Dit snoeien moet piramidevormig.
Appelbomen zelf kweken kan door van de beste appels de pitten te bewaren. Strooi ze in het najaar in lichte grond en bedek ze een beetje met aarde. Plantjes hebt u dan al aan het eind van de volgende zomer. Zet de plantjes uit op een afstand van 20 cm. Verplaats ze opnieuw als ze wat groter zijn geworden. De plantjes worden boompjes en kunnen na vier jaar al vruchten geven. De boompjes met spitse bladeren ertussenuit halen en die met de brede ronde bladeren laten staan, want deze geven de mooiste vruchten.
Appelboom stekken: Snij in februari, met een scherp mes, gezonde, eenjarige twijgen van een appelboom af en zorg ervoor dat er ook wat ouder hout aan "het stekje" vastzit. Stop het stekje ongeveer 10 cm in de grond. Alle knoppen, behalve de twee of vier bovenste, van de twijg afhalen. De jeugdige appelboompjes, die nu ontstaan, kunt u aan het eind van de volgende zomer al verplaatsen. Ook de uitlopers van de wortels van een appelboom kunt u gebruiken om te stekken, en de afleggers: dat zijn de takken van de boom, laag aan de stam, die over de grond kruipen. In de herfst kunt u zo'n aflegger- nadat u er een sneetje in heeft gemaakt, waar u een steentje in stopt, zodat de wond openblijft- in een kuiltje in de grond begraven. Kuiltje vullen met stekaarde die u bij de boomkweker haalt.
Een paar jaar later in de herfst is de aflegger een nieuw boompje geworden dat u van de moederplant kunt scheiden.
Wortels afsteken bevordert de wortelgroei bij bomen.
Takken uitbuigen van jonge vruchtbomen. Daar groeien de beste vruchten aan (horizontaal).
Als u palen bij de bomen wilt zetten, gebruik dan geen carboleum. Brand de palen in met een brander of leg ze een poosje met een einde in een vuurtje.

 

BOERENKOOL;
Niet meer zaaien na eind juni, ze worden hierna niet erg groot meer.
Plant ze tussen gewassen die in de loop van de zomer verdwijnen.

BONEN ;
Bonen rotten gemakkelijk. Dit kunt u voorkomen door de grond luchtig te houden.
Geef geen mest, maar doe wel veel houtzaagsel door de oppervlakte.

BERNAGIE (borago of komkommerkruid) ;
Bernagie is een uitstekende vervanger voor spinazie en zeer goede groenbemester. Dit laatste omdat het veel natuurlijke stikstof in de grond achter laat.
Men plukt voor groente de blaadjes als de planten 15 cm hoog zijn.
De bloemen die er naderhand aan komen worden in hotels gebruikt om salades te garneren.
Ze zijn net als de blaadjes, goed eetbaar.
Waar men last heeft van onkruid plant men borage, want het is een eersteklas onkruidverdelger.

BRUINE BONEN;
De teelt komt overeen met stamslabonen.
Breek de traditie eens van het in groepjes zaaien en zaai ze 8 cm. uit elkaar op rij.
De onderlinge afstand tussen de rijen is 25 cm.

BLOEMKOOL;
Bloemkool groeit goed op vochtige grond.
Verwijder zieke plantjes direct.
De wortels mogen niet in direct contact met mest komen.
Bijmesten doet u met kompost.

CHINESE KOOL;
Nooit verplanten.
Dus de plaats waar u zaait is de plaats waar u oogst.
Ze zijn zeer vorstgevoelig.
Dun wel goed uit als de plantjes groter worden zodat ze goed kunnen groeien.

DOPERWTEN;
Doperwten kunnen niet tegen een te zure grond.
Zonodig de grond bekalken.
Stamsoorten rotten snel, maar het voordeel is dat u geen gaas of rijshout nodig heeft.
Ook kennen we vroege en late soorten.
Als het weer mee zit kunt u tweemaal erwten zetten op dezelfde plaats in hetzelfde jaar.
Teelt;
Zet twee rijen rijshout of gaas.
Zaai erwten 2 a 3 cm. uit elkaar in een geultje van 2 cm diep.
Dat u twee rijen paralel zaait is in verband met de windbescherming, want de ranken waaien gemakkelijk los.
Zet de rijen wel zo ver uit elkaar dat u er straks nog makkelijk tussen kunt i.v.m.oogsten.
De ruimte tussen de rijen kunt u tot de oogst zolang gebruiken voor andijvie en sla. Maar beslist geen uien.

CAPUCIJNERS; (Volgens Freek de Jonge zouden deze ge-épileerd moeten worden, dat is volgens mij niet nodig!!).
Als ras alleen langs rijshout groeiende soorten kiezen.
Verzorging net als erwten.
Vlak voor de bloei is het aan te raden met een kruidenoplossing te spuiten tegen de erwtenpeulboorder en schimmel.
U kunt zowel vers als gedroogd oogsten.

KOMKOMMERS ;
Het beste resultaat had ik zelf met planten van de kweker.
De gekochte planten zijn namelijk geént op een grote soort kalebas welke enorm sterk van stam en wortels is.
Ook groeien deze enorm snel.
En u heeft ze natuurlijk ook vroeger, want ze worden in de kas voorgetrokken.
Het beste resultaat heeft u onder glas. Dit kan gewoon plat glas zijn maar dan liggen de planten wel op de grond zodat de komkommers aan één zijde geel blijven.
Mors nooit water op de bladeren bij het water geven want hierdoor wordt het blad bruin.
Geef ze niet te vaak water. De komkommerplanten zetten dan niet voldoende wortel. Men noemt dit wel "de plant verwennen".
Knijp boven elk vierde blad de kop eruit.
Houdt u er wel rekening mee dat elke plant de oppervlakte van een raam nodig heeft.
Leidt de vier scheuten naar elke hoek van het raam waaronder een plant staat.
Zet de planten minstens 60 cm uit elkaar.
De scheuten die naar de vier hoeken leiden, om en om boven het eerste blad uitknijpen.
Dus de toppen halen we nu telkens weg, maar laat wel eerst vier scheuten weglopen.
De bloemen niet besprenkelen met suikerwater zoals bij augurken wel het geval is.
Per plant had ik per week 1 a 2 komkommers.

KOOLRAAP;
Niet onder glas zaaien.
Zaaien op zaaibed en later uitpoten op 40 bij 40 cm.
Geen mest, wel zaagsel door de oppervlakte om de plant doen.
Zaai koolraap nooit voor eind mei omdat u dan kans heeft op droge knollen.
Half oktober oogsten.
Na een dag drogen in de open lucht wordt het blad en het bovenste deel van de knol weggesneden.
Ook de wortels moeten er af.
U kunt ze nu in vochtig zand op een koele plaats bewaren.
Ook invriezen is mogelijk.
Een goede combinatie is kamille, dille, salie en hysop (kruiden).

KROOT; (rode bieten)
Van kroten zijn er vroege en late soorten.
Zelf zaai ik altijd Egyptische platronde als vroege en rode (ronde) kogel voor de winter.
Dun kroten uit op minstens 15 cm. Anders zit er geen groei in.
Gebruik geen verse mest. Wel overjarige mest of kompost.
Een wetenswaardigheid is dat de jonge blaadjes lekker zijn alsgroente. Het heeft wat weg van snijbiet. Kroten zijn kalkminnend, maar gebruik nooit landbouwkalk. Wel kunt u zeealgenkalk (maerl) gebruiken. De winterbiet of kroot mag men wel wat dichter op elkaar laten staan dan 15 cm.
Als u bieten oogst dan altijd het loof eraf draaien, want anders gaat er veel van het sap verloren.
Laat ook de penwortel heel om dezelfde reden.
Een goede combinatie is kroten met uien of/en stambonen.
Koolraap beschermt de biet ook tegen ziektes evenals een kruidenoplossing over de plantjes.
Oh ja, beschadig bij het verplanten nooit de penwortels want dan groeit de plant niet goed.
Na de oogst in oktober kunt u ze in een kistje met vochtig zand nog maanden bewaren.
Het is bekend dat het rauwe sap van kroten heel gezond is voorde mens.

KROPSLA;
Planten op een afstand van 30 bij 30 cm.
Sla heeft een voedzame vochtige grond nodig.
Bespuiten met kruidenoplossing tegen luis.
Zaai alleen bovende 10 graden celcius. Dit voorkomt doorschieten. Daarom heeft u het meest plezier van sla als u onder glas teelt.
Een goede combinatie met sla is kervel en uien.
Laat sla nooit helemaal droog staan want dan wordt ze onherroepelijk ziek (luis enz.)
Gebruik het liefst veel kompost.
Als men de plantjes te diep uitpoot (uitpoten moet) vormen ze geen krop maar schieten door.
U moet er op letten bij het planten dat de kiemblaadjes bovende grond blijven.
Sla wortelt zeer oppervlakkig, dus werk de kompost niet diep onder.
Als u bij warm weer de zaden eerst een nachtje in de koelkast legt dan zullen ze eerder ontkiemen.
Plant sla zo laat mogelijk op de dag als het warm en droog weer is en maak ze dan door en door nat.
Als u de uien vergeet te planten naast de sla kunt u luis verwachten op uw sla (dit is door mijzelf ook ondervonden).

MAIS;
Mais is een uitstekende windbescherming voor tomaten, meloenenen en augurken.
Voorzaaien onder glas.
Mest bovenop strooien.
Verbrandt de stengels niet want het is uitstekend materiaalvoor onder de komposthoop.
Pas op, mais kan niet tegen nachtvorst.
Mais vergt weinig onderhoud maar met droog weer wel af en toe water geven.
Suikermais oogsten als ze nog niet geheel rijp is.
Bij het indrukken moeten ze dan een sap afscheiden.
Direct na het oogsten koken. Anders gaat de zoete smaak verloren.

MELOEN;
Moet evenals komkommer onder glas geteelt worden.
Ook hiermee had ik zelf het beste resultaat met een bij de kweker (geénte) gekochte plant.
De kop moet net zo worden uitgeknepen als bij de komkommer.
Bespuit de plant met een suikeroplossing om de bestuivers aan te trekken voor deze tweeslachtige plant. Oogst pas als er een barst om het steeltje ontstaat.
Het bed moet goed bekalkt worden.
Als er een beschadiging aan de vrucht ontstaat bestrooi deze dan met kalk.

PREI;
Er is zomerprei voor zomer en herfst.
Daarnaast is er nog winterprei welke bij vorstvrij weer geoogst kan worden.
Uitplanten op 25 cm bij 15 cm.
De zomersoorten 10 cm en de wintersoorten 15 cm uit elkaarplanten.
Plant prei het liefst waar het voorafgaande jaar bonen hebben gestaan.
Zodra prei begint te wortelen moeten ze aangeaard worden zodat ze goed diep komen te staan.
Op deze manier krijgt u een lange dikke stengel.
Als de prei aan de onderkant bobbeltjes vertoont moet u deze meteen vernietigen.
Eind november moet u de winterharde soorten oogsten en op eenbos bij elkaar zetten.
Wanneer u als de vorst invalt een lichte bedekking over de planten doet, kunt u ze zelfs tot mei nog oogsten.
Een goede combinatie is prei met bieten, wortelen en tomaten.

RABARBER;
Rabarber gaat ongeveer 8 jaar mee.
Planten in november.
De planten moeten minstens 3 groeipunten hebben en worden 90 bij 90 cm uit elkaar gezet.
Doe voor het planten eerst flink wat verteerde oude stalmest in het plantgat.
De wortels mogen niet direct met de mest in aanraking komen.
Het eerste jaar nog niet oogsten.
Breng ieder jaar flink wat kompost rond de plant aan.
Als u gaat oogsten let u er op dat er minstens 3 volwassen bladeren blijven staan en dat u de stelen niet afsnijdt maar draait.
Over het algemeen houdt men een stengellengte van 50 cm aan voor de oogst.
Het blad is niet voor consumptie geschikt.
Het blad hoeft u echter niet weg te gooien want deze is nog geschikt voor het maken van millieuvriendelijke bestrijdingsmiddelen.
Na acht jaar verplant u de rabarber naar een ander bed waarbij de plant tevens gescheurd kan worden. Bemest de nu ontstane nieuwe planten eveneens goed.
Kweek geen zuring in de buurt van rabarber.
Verder nog de bloemknoppen uitknijpen en u kunt de planten op een plaats waar schaduw is heel goed telen.

RADIJS;
Radijs is prima geschikt om met peentjes te vermengen zodat u de peentjes niet hoeft uit te dunnen.
Niet in grond zaaien waar mest in of onder zit.
U kunt zaaien vanaf februari tot juli.
Radijs kan geen droogte verdragen.
De blaadjes zijn ook te gebruiken, n.l. in stampot als u ze tenminste eerst fijn snijdt.
Het heeft de smaak van raapstelen.
Met kervel ernaast wordt de smaak van radijs scherper.
De soort Cherry Bell wordt niet voos.

RODE KOOL;
Rode kool moet in de zon staan, maar nooit bij radijs.
De grond moet goed bemest zijn.
Zomerkool wordt half februari voorgezaaid in de koude bak.
De winterkool wordt half maart buiten gezaaid.
De zomerkool wordt tussen half april en half mei uitgeplant op een afstand van 60 bij 60 cm.
De winterkool wordt begin juni uitgeplant op dezelfde afstand als de zomerkool.
De zomer-rodekool mag men afsnijden maar de winterkool wordt met wortel en al uit de grond getrokken.
Daarna haalt u alle lelijke bladeren eraf,maar ook nog goed gewassen. Hierna hangtze ondersteboven op om ze zo te bewaren. Wel er op letten dat het een vorstvrije plaats is.
Dus alleen de winterkool kunt u zolang bewaren.
Waar u bij het uitplanten op moet letten is dat u alleen de grootste en sterkste planten neemt. De rest gooit u zonder pardon op de komposthoop. Dit voorkomt ziekten en narigheid. Dit vooral op een kalkarme grond.
Doe om koolvlieg te voorkomen een koolkraag om de voet van de plant direct na het planten.
Een gunstige combinatie is kool met aardappels, dille, wormkruid, selderie en pepermunt.
Als u het hele jaar over rodekool wilt beschikken dan kunt u drie soorten zetten.
B.v. :langedijker vroege, langedijkerherfst en langedijker winter.
Oogst de winterkool zeker voor de tweede helft van november.

SAVOYE KOOL;
Onder deze soort wordt zowel de groene als de gele verstaan.
De groene is niet winterhard, de gele iets meer.
Ook van deze kool zijn er vroege en late soorten.
Fitis is binnen 6 weken te oogsten.
Om te bewaren kunt u het best langedijker gele bewaar nemen.
De afstand is 50 bij 50 cm.
Verder net als rodekool.

SJALOT;
Op rij 25 cm van elkaar zetten en op de regel 10 cm.
De sjalot komt met de bovenkant 1 cm onder de grond.
Half maart kunt u ze poten.
Bovenop de grond organische mestaanbrengen. Als u geen kunstmest of andere chemicaliën gebruikt zult u weinig last van ziekten hebben.
U kunt ze oogsten als de loten ongeveer 20 cm lang zijn. Maar rooien doet u ze pas als het loof geheel afgestorven is.
Laat ze dan wel heel goed drogen in de zon.
Als u het loof niet helemaal laat afsterven kunt u ze namelijk niet lang bewaren.
Tussenteelt: peterselie ofkamille en ook doen ze het goed bij wortelen, maar niet bij erwten.
Sjalotten doen het het best op kleigrond.

SPINAZIE ;
Spinazie houdt van stikstof.
Zet ze daarom in de buurt van peulvruchten.
Gebruik veel kompost en stalmest.
Laat de spinazie nooit droog staan.
Het heeft weinig last van ziekten.
Laat het zaad voordat u gaat zaaien eerst 24 uur weken dan kiemt het sneller.
Het best is nog dat u pas zaait als de kiempjes zichtbaar zijn maar dan wel heel voorzichtig zaaien.
Als u direct in de grond zaait zal het een stuk langer gaan duren voordat u kunt oogsten.
Driehoekig zaad is winterspinazie.
Voordat u zaait de grond eerst goed vlak maken b.v. met een deegroller zodat u alles gelijk kunt oogsten. Als de zaadjes op ongelijke hoogte liggen dan zullen ze niet allen tegelijkertijd volwassen zijn.
Zaai spinazie op rijen, 10 a 15 cm uit elkaar.
Wacht niet telang met oogsten omdat spinazie snel doorschiet.

SPITSKOOL ;
Spitskool is een soort witte kool welke door ingreep van de mens is ontstaan.
Het is dan ook een hibryde.
Van deze kool kunt u ook geen zaad overhouden.
Let er op dat de spitskool niet te lang staat in verband met barsten.
Half februari onder koud glas zaaien.
Eind maart buiten uitplanten op 40 bij 40 cm.
Als u de plantafstand iets dichter maakt dan zullen de kolen kleiner worden.
Maar het voordeel hiervan is dat ze ook harder worden en dat vinden rupsen niet leuk en zullen om die reden ook niet zo snel aangetast worden. Hoogstens de buitenste dekbladen zullen ze aanvreten.

SPRUITKOOL;
Plant spruitkool tussen een gewas dat in de loop van de zomer verdwijnt.
De plantafstand is 60 bij 50 cm.
Breek eind november de bladeren eraf door van boven naar beneden met de handen omlaag te strijken. De oogst is dan vroeger en de spruiten worden vaster.
Begin april zaaien en tot eind juli uitplanten.
Doe wel wat kompost bij de planten.
Spruitkool kan de hele winter geoogst worden.
Ook als het vriest, maar dan moeten ze wel snel gegeten worden.
Zet er geen radijs bij in de buurt.
Wel dille, kamille enaardappelen.

TOMAAT;
As u ze buiten gaat telen zet ze dan op een warme en beschutte plaats in de zon.
Ze doen het beter in een kas.
Het beste is dat u er planten van koopt want voor tomaten zijn onze zomers erg kort.
Zet bij elke plant een stokje aan de noordzijde van de plant en neem een stokje van 120 cm lang.
De plantafstand is 80 bij 60 cm.
De jonge scheuten uit de bladoksels wegbreken.
Als de plant 5 tot 7 bloemtrossen heeft gezet de top eruit knijpen.
Zet ze niet in de buurt van aardappelen. Ook niet op de grond waar het jaar tevoren aardappelen hebben gestaan.
De plant moet met ruime lusjes aan het stokje gebonden worden.
U kunt ze iets harder laten groeien door over de jonge planten plastic te schuiven.
Wel doorzichtig plastic natuurlijk.
Neem hiervoor b.v. een stugge plastic zak.
U kunt ze groen al plukken en in de kamer laten rijpen.
Dit is een voordeel omdat u vraat door ongedierte voorkomt.
Beter is natuurlijk rijp oogsten.
Maar als het erg koud begint te worden na de zomer kunt u ze beter groen oogsten.
Plant tomaten niet voor mei.
Begiet ze met droog weer regelmatig.

TUINBONEN ;
Zet tuinbonen op een winderige plaats als dat mogelijk is. Ook kunnen ze prima dienst doen als beschutting voor andere planten.
Zaaien is mogelijk van de laatste week van februari tot eind april.
Strooi na het opkomen wat organische mest bij de plantjes.
Knijp de top eruit als de boontjes zich gaan zetten. Ook is dan de kans op luis kleiner.
Wilt u ze wat later hebben, laat dan de top erin zitten.
Wacht niet te lang met plukken want als de bonen erg groot worden, worden ze melig.
Plukt men ze echter te jong dan zullen ze nog te hard zijn.
Om er achter tekomen of ze goed zijn, knijpt u voorzichtig even in de boontjes of u maakt er gewoon een open.
Zet tuinbonen nooit in de buurt van goudsbloemen want anders krijgt de plant zeker luis.

UIEN;
Pootuien zijn makkelijker maar zaai-uien zijn beter van kwaliteit.
Ook zijn gezaaide uien langer houdbaar.
Neem het liefst pootuitjes die niet ontsmet zijn.
Gezaaide uien hebben minder kans op ziekten omdat ze niet ontsmet hoeven te worden.
Kruimel bij het zaaien wat humus over het zaad.
Zet uien op rij 25 cm van elkaar. Op regel 10 cm.
Zaai niet voor eind maart.
Planten kan al vanaf half maart.
U kunt uien vers oogsten of wanneer het loof afgestorven is. Laat ze na het oogsten goed drogen maar wel op een tochtige of winderige plaats.
Uit eigen ervaringen is bewezen, dat als men deze raad niet opvolgt er meteen vlieg in komt en dan zijn ze niet meer voor consumptie geschikt. Ik moest om die reden 40 kg uien weggooien.
Zet uien nooit naast erwten, maar zet wel peterselie tussen de rijen, dan worden de uien en de peterselie beter van smaak en geuriger.
Wissel een rij uien af met wortelen en bieten voor de goede teeltcombinatie, want ze beinvloeden elkaar dan gunstig.
De wortelvlieg jaagt men weg met uien en de uienvlieg met wortelen.

WITLOF;
Zaai witlof vanaf half april tot de eerste week van juni.
Op een rij 30 cm van elkaar en op regel uitdunnen tot 15 cm.
In november de wortels rooien en het loof afsnijden. Maar laat van het loof twee cm. op de wortelkraag staan. Laat ze dan drogen, maar niet in de zon. Daarna tot eind november koel en droog opslaan.
Vanaf eind november kunnen deze wortelen bij gedeelten in de grond worden gezet. Voor u dat doet maakt men eerst een kuil van 40 cm diep.
Hierin brengt u een laag broeimest aan van ongeveer 15 cm dik. Hierop weer 5 cm aarde.
Nu gaan we de lange wortelpunten met een mes iets inkorten. Deze wortels gaan we onder een hoek van 45 graden in de grond zetten, maar zo, dat de wortels niet inaanraking komen met de mest.
Daarna strooit u er fijne aarde tussen de wortels.
Hierna veel water geven zodat de aarde gelijk komt met de wortelhals. Hierover strooit u 15 cm rulle aarde welke gemengd is met wat zaagsel. Die aarde moet vrij droog zijn.
Strooi na dit alles nog wat organische mest over de grond.

WITTE KOOL;
Witte kool vraagt een vochtige grond.
De verdere behandeling komt overeen met bloemkool en rode kool.

WORTELEN;
Er zijn zomer en winterwortelen.
Goed te telen onder glas en op de koude grond.
Voor de zomerwortelen kunt u het best amsterdammerbak nemen.
Vermeng het zaad met radijs om het uitdunnen eenvoudig te maken.
Ook voorkomt men ziekten als men geen wortelen voor de oogst eruit haalt.
Doe bij het zaad ook nog wat fijn droog zand om zo dunner te zaaien en te zien waar men zaait.
De meeste mensen maken de fout om te dik te zaaien (ook ik), hou daar dus rekening mee.
Wortelen hebben een hekel aan mest. Ook nooit wortelen telen waar ze het voorgaande jaar ook hebben gestaan.
Zomerwortelen moeten 6 bij 6 cm uit elkaar staan.
Winterwortelen komen 15 bij 15 cm uitelkaar.
Strijk voor het zaaien het bed goed glad. Strooi dan het wortelzaad (met het zand en radijs) met een plank uit over hetbed, hierover wordt dan een paar mm. aarde gestrooid.
Om het kiemen te bevorderen moet u het bed nu aanrollen.
Hierna zaait u wat afrikaantjes tussen de rijen om de aaltjes te bestrijden.
Ook wat houtas vooraf door de aarde mengen heeft een gunstig effect.
Tussen half april en eind juni kunt u beter geen wortelen zaaien, dan is namelijk de kans op ziekten erg groot.
Als men op rij wilt zaaien komen de zaden 3 cm van elkaar en op rij 12 cm uit elkaar.
Winterwortelen 7 cm uit elkaar en de rij 20 cm uit elkaar.
Het best kunt u de rijen afwisselen met uien of sjalotten.
Als u de winterwortelen afdekt met een laag stro, kunt u ze zelfs tot eind januari oogsten. Anders rond oktober oogsten en 4 uur op de grond laten drogen.
Daarna zorgvuldig het blad afdraaien en in kistjes met vochtig zand bewaren.
Dit kistje zet u dan in een kelder of andere koele vorstvrije plaats.
Dek nooit af met plastic, want dan rotten de penen weg.



naar boven