|
|
................................. |
DE GROENTENTUIN

HOOFDSTUK 5 - De groententuin van
maand tot maand

DE GROENTETUIN VAN MAAND TOT MAAND.
Januari;
Als u een verwarmde kas heeft kunt u kool en prij voorzaaien.
Onder koud glas: doperwten, capucijners, peulen, tuinbonen en snijbiet.
Als er strenge vorst komt, de kas afdekken met natgemaakte oude vloerbedekking.
Februari;
Voor de regenbui maerl en kompost uitstrooien. Bij vorstvrij weer de vruchtbomen
en struiken snoeien. Onder koud glas zaaien;
kroten, sla, rodekool, savooyekool,spitskool, wittekool (de kas moet wel
tochtvrij zijn).
Direct buiten zaaien;
Tuinbonen. Deze in het begin goed afdekken.
Maart;
Als de zon aan kracht wint en de nachtvorsten niet al te streng meer zijn,
gaan we de bodembedekking verwijderen. Laat de bodembedekking niet liggen
als het weer warmer wordt, want deze houdt ook de kou vast.
Hierna gaan we komposteren.
Op deze grond kunnen we nu aardappels planten (zie de rubriekaardappels
poten).
Per vierkante meter vijf aardappels poten.
Doperwten, peulenen capucijners zaaien. Voor het zaaien de grote zaden
eerst wassen als het met gif is ontsmet. Dat is meestal het geval bij
zaad uit de winkel.
Zet de peulen op een winderige plaats.
De verwarmde kas nu uitschakelen.
We kunnen buiten nu alle kolen, selderij, prij, zomerwortelen, sla, spinazie,
snijbiet en doperwten zaaien.
Als u nu een komposthoop opzet moet u hem met de lengterichting noord/zuid
plaatsen.
April;
De bodembedekking moet er nu af, anders houdt het teveel warmte tegen.
Dit geldt minstens tot half mei. Tegen nachtvorst kunt u uw planten beschermen
door ze met een gieter nat te maken zodat de kou op het water slaat en
niet op het vocht in de plant. Bij bevriezing komt er zelfs nog een geringe
hoeveelheid warmte vrij.
Tot half mei niet schoffelen omdat de grond anders snel zou uitdrogen
in de toplaag en die hebben de jonge plantjes juist nu hard nodig. Het
beste is eigenlijk de plantjes nog onder plat glas uit te zaaien.
Mei; Als u nu nog aardappels
wilt poten is het raadzaam om ze eerst een halve dag in het water te zetten.
De aardappels die al gekiemd zijn met de kiemen omhoog zetten. Wie van
grote aardappels houdt kan flink wat houtas over de aardappelakker strooien.
Poters mogen nooit groter zijn dan 45 mm. Grote aardappels hebben te veel
ogen en spruiten.
In de tweede helft van mei kunnen we nu practisch alles zaaien.
Juni; De kwaliteit van hooi
is te zien aan de kleur. Hoe witter hoe beter, hoe bruiner hoe slechter.
Er moet deze maand heel goed geschoffeld worden omdat alles nu heel snel
groeit, ook het onkruid dus. Vruchtbomen nu met maerl bespuiten als het
droog weer is.
Juli;
We kunnen nu tussen de aardappels kolen planten. Als we pootaardappels
over willen houden moeten we het loof van deze aardappels afhalen, maar
de aardappels wel in de grond laten zitten om na te rijpen. Groene aardappels
niet oogsten voor consumptie.
Augustus; Uien en sjalotten
oogsten. Het groen van de uien niet kapot trappen. Drogen kunnen ze het
best als men ze aan ritsen rijgt en ophangt op een droge tochtige plaats.
Dit is vooral om de uienvlieg op een afstand te houden.
Nu bernage zaaien om de grond bedekt te houden op de plaatsen waar dit
jaar niets meer komt te staan. Bernage vriest makkelijk af en houdt de
grond voldoende bedekt tegen de vorst in de winter.
September;
Nu moeten de aardappels gerooid worden welke er nogstaan.
Appels en peren oogsten die er nog hangen.
Oude aardbeiplanten opruimen en de jonge uitlopers uitplanten op kompost
(liefsthoutrijke kompost). Verder nog bodembedekkers zaaien op de vrijgekomen
stukken.
Rogge of klaver niet als bodembedekkergebruiken omdat deze ondergespit
moeten worden en zoals u weet spit ik liever niet, dus zou het in het
voorjaar moeilijk zijn ze te verwijderen. Wel mag phacelia en bernage.
Als we nog veldsla willen zetten kan dat (evenals radijs).
Onder glas zaaien we nu; bloemkool, savooyekool, spitskool, sla.
Tijdens de vorst de kas goed afdekken met stro, takken of hooi.
Oktober;
Onder glas kan; bloemkool, spitskool en kropsla gezaaid worden. Geldt
ook hier weer, de kas tegen vorst goed afdekken in de nacht.
Dood hout van braam en framboos afsnijden.
Afleggers losmaken van bepaalde struiken waarbij afleggen mogelijk is.
November;
Planten en verplanten van bomen en struiken.
Organische mest over de grond strooien en tussen de groenbemester ook,
maar wel zo dat het er niet op valt.
U kunt nu winterspinazie buiten zaaien.
Brandnetelgier maken en via de schoorstenen in de composthoop gieten.
Bedden die we het eerst in het volgende jaar gaan gebruiken met wat houtzaagsel
bestrooien.
Dan nog organische mest aanbrengen.
December; Waar de aardappels
gestaan hebben de grond niet afdekken tegen vorst. Wel in het voorjaar
extra kompost geven om de grond opnieuw te activeren.
naar boven
|
|